Home » Massaal ontslag in de bomenwereld

Massaal ontslag in de bomenwereld

Ruim vijf jaar geleden trof ik in Rijswijk tijdens de herfst een straat met zomereik als laanbeplanting, waar de weg bezaaid was met eikentwijgen. Misschien afgebeten door de halsbandparkiet? Dat is altijd goed te zien aan een rafelig breukvlak, maar hier kwam een heel ander beeld naar voren. Het breukvlak van alle twijgen was vrij glad en regelmatig van structuur. Er had zich een soort kurklaagje gevormd. Dus geen halsbandparkiet als oorzaak. Maar wat was hier dan wel de oorzaak?

De eerste indruk van dit verschijnsel was dat hier toch sprake is van een natuurlijk proces. Tot mijn verrassing kwam ik die dag nog veel meer eiken op andere locaties tegen, met dezelfde verschijnselen. Maar daar bleef het niet bij. Ook bij populieren lagen er massaal twijgen onder de kroon met een opvallend natuurlijk breukvlak, net zoals bij de eiken. Aan vrijwel alle twijgen zat nog blad, dat wel aan het verdrogen was. Na deze ervaring was mijn aandacht de afgelopen vijf jaar gericht op afgevallen twijgen en takjes bij eiken en populieren. Het leek toen een regulier effect bij deze boomsoorten, dat zich voordoet vanaf het najaar tot het voorjaar. Ondanks mijn ervaring met bomen, was dit bijzondere effect mij niet bekend; het was me nog nooit eerder opgevallen. Maar toch bleek, na enig speurwerk van mede-boomdeskundige Joost Gieskes, dat er een naam is voor dit proces, te weten cladoptosis. Ook werd duidelijk, dat cladoptosis bij de meeste vakmensen uit de boomverzorging niet of nauwelijks bekend is.

 

breukvlak eikentwijg met kurkvorming
populierentak met 22 mm diameter en 150 cm lengte
populierentwijg met 3 x internodiën (streepjes geven het groeijaar aan)
populierentwijg met zaadpluis

Oorzaak van cladoptosis
Het proces van cladoptosis bestaat dus uit het regelmatig afstoten van twijgen, hetgeen vergelijkbaar is met de reguliere bladval in het najaar. Het is wel bijzonder dat deze afstoot alleen plaatsvindt bij eiken en populieren. Bij andere boomsoorten heb ik dit tot nu toe niet aangetroffen. Als oorzaak van deze ‘zelfsnoei ’ wordt aangegeven dat de boom op deze manier de nodige energie bespaart. Ook wordt aangenomen dat het een effect van droogte is. Alleen klopt die laatste aanname niet echt met mijn waarnemingen uit de afgelopen vier jaar. Mogelijk is het een combinatie van meerdere factoren, die dit gecompliceerde proces veroorzaakt. Dit voorjaar bleek de mogelijke oorzaak van cladoptosis nog gecompliceerder, omdat na de afstoot in de winterperiode, in mei opnieuw volop twijgen en takjes werden afgestoten. Deze hadden wel vers blad en in sommige gevallen ook zaadpluis.

 

Gevoelige soorten
De boomsoorten waarbij de meeste “zelfsnoei” is aangetroffen zijn de zomereik (Quercus robur), de moeraseik (Quercus palustris), de moseik (Quercus cerris) en de Hongaarse eik (Quercus frainetto). Bij de populieren zijn het voornamelijk de Canada populier (Populus canadensis), de Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’) en de Berlijn populier (Populus berolinensis). Behalve de hier genoemde soorten zijn er mogelijk nog meer boomsoorten gevoelig voor deze vorm van zelfsnoei.

 

Leeftijd van afgestoten twijgen
Opvallend is de variatie in leeftijd van de afgestoten twijgen. Zowel bij de populier als bij de eik is deze exact te tellen via de internodiën. Dit is een aantal ringen om de bast van de twijg, die ieder jaar gevormd worden. Het is dus de overgang van het ene jaar naar het volgende. Veel twijgen zijn slechts enkele jaren oud en hebben een diameter van ca 5 mm. Maar er worden ook takken aangetroffen van wel 16 jaar oud, welke dan een diameter van 22 mm en een lengte van 150 cm kunnen hebben. Mogelijk is de boom al jaren bezig om zo’n tak af te stoten. Zelfs als boomdeskundige ontdek ik steeds weer nieuwe bijzonderheden. Bomen blijven me altijd verrassen.