Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Smient zwemt in zwaar weer

Smient zwemt in zwaar weer

Elk najaar komen ze ons land binnenvliegen om hier de winter door te brengen. Zelfs parkvijvers worden bezocht. Velen zullen dan ook vertrouwd zijn met deze vrolijk fluitende eenden. De mannetjes hebben een fraaie vosbruine kop, doorsneden door een gele lengtestreep.  Maar, hun rust wordt verstoord; gedonder in de lucht.
Ondanks een dringend appèl van maar liefst 28 natuurorganisaties (waaronder de AVN), aangestuurd door de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland, heeft de provincie gevolg gegeven aan het advies van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBE) om de jacht op de smient vrij te geven. Is dat terecht? Om op die vraag een antwoord te kunnen geven, is het nodig eerst de smient nader aan u voor te stellen.

In de loop van het najaar, vooral in november, arriveren de smienten. Zij komen hoofdzakelijk uit Zweden, Finland, Rusland en het westen van Siberië. In het vroege voorjaar vertrekken zij weer. In de tweede helft van de vorige eeuw namen de aantallen sterk toe tot landelijk rond de 800.000. Na 1990 stabiliseerde dit, gevolgd door een afname vanaf het jaar 2000. De huidige wintermaxima schommelen rond 450.000 exemplaren waarvan zich 30% in Zuid-Holland ophoudt. In onze regio zijn de veenweiden tussen Leiden en Den Haag, en de Starrevaart in de Vlietlanden gekende plekken voor de smient maar, zoals al gezegd, ook parkvijvers schuwen ze niet.
De reden van de afname is lastig te duiden maar het is mogelijk dat de smient, in navolging van andere eendensoorten, noordelijker blijft overwinteren door de zachter wordende winters. Ook is er sprake van een verlaagd voortplantingssucces.

Wat eet de smient?
De Smient is een grazer, vooral in de nabijheid van water; brede(re) sloten en meren. Dat zijn vluchtwegen, mocht er onrust zijn (bijvoorbeeld door vos of mens). De smient graast fijnmazig. Aan lange stengels en stug materiaal heeft hij niets; dat is moeilijk te verwerken en slecht verteerbaar. Hij richt zich vooral op korte grassen, kruiden, zaden, zeggen en (knoppen van) waterplanten.

Waarom wil de FBE afschot?

De FBE wil in Zuid-Holland jaarlijks maximaal 6500 smienten afschieten. Haar belangrijkste argument is dat de smient schade berokkent aan commerciële graslanden, waardoor de boer in zijn portemonnee wordt getroffen (er bestaat overigens een compensatieregeling). In de tweede plaats voert de FBE aan dat de smient niet bedreigd is; in juridische termen heet dit: “de soort kent een gunstige staat van instandhouding”.

Is afschot een oplossing?

In tegenstelling tot wat de FBE beweert, kent de smient géén gunstige staat van instandhouding. De omvang van de winterpopulatie daalt al jaren. Dat blijkt uit de maandelijkse tellingen van watervogels (september t/m april), georganiseerd door Sovon en uitgevoerd door vele vrijwilligers en een aantal professionals.
Het mag duidelijk zijn dat afschot van 6500 smienten per jaar de aantallen verder onder druk zet. Bovendien zal de onrust die jacht veroorzaakt, stress en veel gevlieg met zich meebrengen waardoor smienten (en andere watervogels) zwakker en minder opgevet aan de terugreis en het broedproces beginnen.
Smienten zouden volgens de FBE in Natura 2000 gebieden rust moeten kunnen vinden, maar dat is slechts ten dele waar; in de direct aanpalende graslanden zou namelijk wel geschoten mogen worden.
Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat er geen verband tussen afschot en schade is aangetoond. Uit de gegevens zoals die zijn opgenomen in het faunabeheerplan over het beheer en de schade-ontwikkelingen in de afgelopen jaren (vanaf 2005/06) blijkt niet dat meer afschot leidt tot minder schade.  Anders gezegd: verjagend afschot lijkt geen effectieve manier om de (overigens heel beperkte) schade terug te brengen.



Samenstelling Faunabeheereenheid

De vraag dringt zich op of de FBE, het adviesorgaan voor Gedeputeerde Staten (GS), wel voldoende evenwichtig is samengesteld. Bedacht moet worden dat FBE’s traditioneel diep geworteld zijn in de jachtwereld en ook nu nog feitelijk samenwerkingsverbanden van jachthouders zijn. Bij twee maatschappelijke organisaties (Dierenbescherming en Boerennatuur, samen één bestuurszetel) kan men zich afvragen of zij over voldoende ecologische kennis beschikken. Zo richt Boerennatuur zich vooral op agrarisch natuur- en landschapsbeheer, een andere tak van sport. Van Natuurmonumenten en Zuid-Hollands Landschap, die eveneens samen één zetel bezetten, mag meer inhoudelijke kennis worden verwacht. Toch blijft het dan vreemd dat de FBE voorbij gaat aan adviezen van diverse partijen, die voortvloeien uit het meest actuele feitenmateriaal. Kennelijk wil de door jachthouders gedomineerde FBE  graag naar het geweer grijpen, zonder andere oplossingen (als die al nodig zijn) ook maar te overwegen. Jammer dat Gedeputeerde Staten hier zo makkelijk in mee gaan.

Slotopmerking
Tenslotte past hier een woord van waardering voor de voortrekkersrol van de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland, die onvermoeibaar het voortouw neemt in de strijd om de noodzakelijke bescherming van de smient. Inmiddels heeft de Natuur- en Milieufederatie bezwaar aangetekend tegen het goedkeuringsbesluit van het ‘Faunabeheerplan smient’. Tevens is een voorlopige voorziening aangevraagd om te voorkomen dat er tijdens de bezwaarprocedure al afschot gaat plaatsvinden. De AVN steunt dit bezwaar. De strijd gaat door en zal hopelijk leiden tot bescherming van de smient.