Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage en omstreken
AVN site » Haagwinde » Van de voorzitter: Groen bouwen en groen onderhouden

Van de voorzitter: Groen bouwen en groen onderhouden

In de provincie Zuid-Holland moet de komende jaren een kwart miljoen woningen gebouwd worden. Omdat niemand wil dat de laatste groene gebieden in onze provincie helemaal rood gaan kleuren, komt een groot deel van deze bouwopgave op de schouders van de stedelijke kernen te liggen. De gemeente Den Haag is in de planningsfase  actief aan de slag gegaan om hier een zo groen en duurzaam mogelijke invulling aan te geven.
De nota ‘Ruimte voor de stad’ en de nota ‘Hoogbouw’ zijn daar voorbeelden van. De AVN ziet van haar inbreng in deze stukken gelukkig altijd veel terug.
Natuurlijk zijn, op de weg naar uitvoering, de beren talrijk en komt er van de mooiste plannen maar een deel terecht. Vaak is dat het deel dat het minste kost en het meeste oplevert. Gelukkig wordt de AVN ook bij deze fase betrokken - of weet de vereniging zich ertussen te wurmen - waardoor we toch veel invloed kunnen uitoefenen om de bouwplannen zo goed mogelijk in te passen in een groene omgeving. Helaas levert deze proactieve houding ons soms ook een portie negatieve kritiek via sociale media op. Goed overleg wordt dan vertaald als ‘heulen’ met de plannenmakers.
Na de uitvoering van acceptabele plannen zijn er vaak kleine juweeltjes te vinden: de groene gebieden die als compensatie ontstaan of opgewaardeerd zijn. Die moeten natuurlijk worden onderhouden en helaas gaat het daar regelmatig mis.
Of het uit kostenoogpunt gebeurt of gewoon uit onwetendheid bij de uitvoerders, maar al te vaak zien wij dat één van de pareltjes van de stad rücksichtslos geruimd, gemaaid of gekapt wordt. Meestal ontstaat er dan - tijdelijk - een onneembare barrière voor vooral het kruipend gedierte. Bovendien is een kale, geploegde vlakte, zoals die nu van de ecologische zone langs de Noordelijke Randweg is gemaakt, bepaald geen fraai gezicht. Mensen vragen zich terecht af wat er van de mooie groene plannen over is. Hopelijk is de kaalslag tijdelijk, maar als voorbijganger weet je daar niets van en is het erg storend.

Tijdens mijn studie als landschapsecoloog heb ik het principe van postzegelbeheer zoveel mogelijk toegepast. Dat is niets meer of minder dan de planning ‘kaalslag’ indelen als een lappendeken met een aantal vlakken. In deze vlakken pleeg je het geplande onderhoud, maar niet tegelijk. Bijvoorbeeld het ene jaar / de ene maand de eerste helft, en de periode daarna de tweede. Of een meerjarig plan, zoals boeren dat vroeger deden met wisselgewassen. De ‘maasgrootte’ hangt natuurlijk sterk af van het gebied en het type onderhoud. Als je dat slim doet en in het bestek vastlegt, weet de aannemer waar hij op intekent, blijven de kosten beheersbaar en is iedereen er happy mee.